Taal met klanken: Grafische Partituur - Artikulation

6/4/20235 min read

Beschrijving:

In deze lesactiviteit gaan leraren te werk met het elektronische werk “Artikulation”. Het werk is een experiment van Ligeti. Hij ging regelmatig naar Keulen om te leren van de westerse avant-gardisten zoals Karlheinz Stockhausen en Pierre Boulez. Hoewel Ligeti de elektronische muziek nooit volledig omarmd heeft, leverde deze periode van muzikaal experimenteren hem nieuwe inzichten. Hij zag dat klanken als een taal konden worden gebruikt. Individuele elektronische geluiden reageren op elkaar zoals een persoon op het uitgesproken woord van zijn gesprekspartner reageert. In zijn eigen woorden vertelde Ligeti dat je een soort robotcommunicatie krijgt met diverse intonaties en indrukken. In deze les gaan we Artikulation exploreren en een gelijkaardig experiment uitvoeren met traditionele instrumenten.

1. VOORBEREIDEN

Welk materiaal heb je nodig voor je activiteit?

  • instrumenten (zelf te bepalen)

Welke bijlagen heb je nodig bij deze voorbereiding?

  • Artikulation: grafische partituur

  • sjabloon: grafische partituur

2. LESBEGIN

Verkennen, begrijpen en interpreteren van het muziekwerk Artikulation.

STAP 1:

De leerlingen krijgen een foto te zien van de grafische partituur “Artikulation” die György Ligeti heeft ontwikkeld. Stel hierbij de volgende vragen:

  • Wat zie je allemaal op de partituur? (verkennend)

  • Waarvoor zou elk streepje en bolletje staan? (begrijpen)

  • Wat is er op deze partituur anders dan een klassieke partituur met noten op? (begrijpen)

STAP 2:

Beluister het werk met de partituur die aan het spelen is op de achtergrond. Gebruik de YouTube-link om naar de video te gaan. Je kan op voorhand vragen stellen die leerlingen een houvast geven:

  • Met wat zijn de klanken gemaakt? (instrumentaal of elektronisch) (begrijpen)

  • Is er een duidelijke melodie te horen? (verkennen)

  • Is er een ritmisch patroon te vinden? (voor de leerkracht: hier kan je een klapvoorbeeld voortonen om aan te geven wat een ritmisch patroon kan zijn.) (verkennen)

  • Welke indruk geven de klanken jou? (interpretatie)

Link: https://www.youtube.com/watch?v=71hNl_skTZQ

De laatste vraag kan je helpen om het antwoord te krijgen dat je wilt: “Artikulation” is een groot web aan robotgeluiden die met elkaar communiceren.

STAP 3:

Deel de sjabloon uit met de robotstrip.

Leerlingen mogen per twee een kort gesprek verzinnen op basis van wat ze gehoord hebben. Deze oefening zorgt voor een vrij denkproces dat leerlingen een kans biedt om de muziek een eigen interpretatie te geven. Er vindt een conversatie plaats tussen twee robots in een aantal stripscènes. Ze mogen de conversatie volledig verzinnen in de tekstballonnen terwijl ze luisteren naar Artikulation.

Link: https://www.youtube.com/watch?v=71hNl_skTZQ

3. LESMIDDEN

Het zelf maken van een grafische partituur: eigen klanktaal creëren

STAP 1:

Laat de leerlingen groepen maken van vier personen.

Je geeft hen 30 seconden om zelf hun groepen te maken. Wanneer dit niet lukt, kiest de leerkracht. Bij klassen waarvan je weet dat het niet zou lukken, kan je een website gebruiken die de groepen willekeurig maakt. Zet alle namen van de klas in de website en noteer de groepen op een apart blad.

voorbeeld van een willekeurige groepmaker: https://www.maakgroepjes.xyz/nl

STAP 2:

De leerlingen maken zelf een grafisch partituur. De leerlingen krijgen elk een wit A4 blad met daarin twee balken (zie bijlage). In deze balken gaan de leerlingen symbolen en lijnen schrijven die gelijk staan muzikale bewegingen met instrumenten. Dit wordt duidelijk gemaakt in volgend voorbeeld:

De lijnen geven weer hoe de muzikale bewegingen moeten zijn. De bewegingen kunnen verschillende muzikale bouwstenen omvatten zoals dynamiek of ritme. Als je dit vertaalt in de uitvoering, dan heb je instrumenten die sterker, stiller, hoger, lager, sneller, trager spelen als je de lijn met de vinger volgt. Het is de bedoeling dat ze een vraag-antwoord structuur hebben.

bv. lijn 1 is de vraag en lijn 2 is het antwoord.

In deze stap bespreken de leerlingen in groep wat ze willen gebruiken van muzikale bouwstenen en welke symbolen ze eraan willen koppelen.

TIP: Als je de bouwstenen wilt herhalen, kun je het fiche gebruiken dat je in bijlage terug kunt vinden.

Hieronder is er een interpretatie van de grafische partituur.

Lijn 1 = Een onafgebroken instrument (bv. fluit) dat in toonhoogte verandert als de lijn naar boven of naar beneden gaat. De krullen zijn snelle wisselingen in toonhoogte.

Lijn 2 = De grote punt is een grote drumslag en dan zingt een persoon verschillende tonen na elkaar die heel intens is en dan minder wordt naar het einde toe.

Lijn 3: Een xylofoon maakt een stijgende lijn naar boven met drie rusten ertussen.

Lijn 4: De lichte rondjes staan voor een slag op een trom en de zwarte rondjes staan voor een slag op de basdrum. De grote van de rondjes staat voor een dynamiekverschil. (groot = luid, klein = stil)

STAP 3: Laat de leerlingen hun instrumenten kiezen.

Welke klanken willen ze maken voor hun partituur? Laat hen experimenteren met de aanwezige instrumenten in je klas. Ze mogen verschillende instrumenten eenzelfde lijn laten uitvoeren. Hier is de eigen keuze belangrijk. Geef aan dat voorwerpen en de eigen stem ook mogelijk is.

STAP 4: Verdeel de verschillende partijen onder de leerlingen.

De groepen beslissen onderling welke leerling welk instrument speelt.

STAP 5: Laat de leerlingen hun partituur inoefenen en uitvoeren.

Maak goede afspraken met de leerlingen. Hier zijn een aantal regels die je kan meegeven. Deze regels leiden het oefenen in goede banen.

Regel 1: Eén iemand van de groep is groepsleider. Hij of zij geeft aan wie er mag spelen op welk moment. Zo is er ook wat sociale controle in de groep. De leerkracht geeft vertrouwen aan de leerlingen.

Regel 2: Zorg ervoor dat je gericht oefent. Je verliest te veel tijd als je te lang stil staat bij eenzelfde onderdeel.

Regel 3: Zorg voor een evenwaardige inbreng. Iedere leerling moet de kans krijgen om hun visie op de partituur te delen.

Laat de leerlingen oefenen op verschillende plaatsen/lokalen. Je kan op voorhand lokalen reserveren of navragen bij het secretariaat wat de opties zijn. Je kan desnoods grotere groepen maken als de lokalen beperkt zijn.

STAP 6: Uitvoeren in de klas.

Elke groep presenteert hun grafische partituur voor de klas. Hun zelfgemaakte partituur kunnen ze projecteren op het bord. Ze maken een foto ervan en sturen deze door naar de leerkracht via e-mail. Ze voeren hun partituur dan uit. Zorg dat de leerlingen alles klaar hebben op voorhand zodat er geen onnodige onderbrekingen zijn. De leerlingen die luisteren, zijn aandachtig.

5. LESEINDE

STAP 7: Geef je eigen uitvoering een score.

De leerlingen mogen een eigen score geven aan hun uitvoering. Ze kunnen een punt geven van 1 tot 5.

1 = de uitvoering was niet vlot.

5 = de uitvoering verliep zonder fouten.

6. BRONNEN

graad: 1e graad/2e graad/3e graad

vak: Artistieke Vorming / Muzikale Opvoeding

tijdsduur: 1 tot 2 lesuren

Vetter, z.j.